Het Verplaatsings- en Bestedingsonderzoek 2025, uitgevoerd door Platform Binnenstadsmanagement en partners waaronder Movares, biedt waardevolle inzichten in de relatie tussen mobiliteit en economie in centrumgebieden van Nederland en Vlaanderen. Dit onderzoek, een vervolg op het onderzoek uit 2024, analyseerde de economische impact van bezoekers op basis van hun vervoersmiddel.
Nieuw onderzoek 2025 bevestigt het belang van evenwichtige bereikbaarheid van centrumgebieden voor de economie
Wat betekenen keuzes in mobiliteit écht voor de economie van onze binnensteden en dorpscentra? Na eerdere grootschalige onderzoeken presenteert Platform Binnenstadsmanagement dit jaar de nieuwste inzichten uit het Verplaatsings- en Bestedingsonderzoek 2025. De conclusie is helder: centrumgebieden floreren bij een goede balans tussen bereikbaarheid, verblijfskwaliteit en aanbod.
Drie jaar onderzoek, één consistent verhaal
Sinds 2023 onderzoekt Platform Binnenstadsmanagement samen met partners op grote schaal de relatie tussen vervoerskeuze, bezoekfrequentie en bestedingen in Nederlandse en Vlaamse centrumgebieden. In totaal zijn inmiddels tienduizenden bezoekers bevraagd in tientallen centra, variërend van dorpskernen tot grote binnensteden. De resultaten uit 2025 bevestigen én verdiepen de eerdere bevindingen:
- De manier waarop bezoekers naar een centrum reizen heeft directe invloed op hoe vaak ze komen, hoe lang ze blijven en hoeveel ze besteden.
- Er bestaat geen ‘beste’ vervoerswijze, maar wel een optimale balans tussen lopen, fietsen, openbaar vervoer en auto.
- Bezoekers die te voet of met de fiets komen wonen meestal dichtbij, bezoeken het centrum aanzienlijk vaker en besteden per bezoek minder, maar zorgen door hun hoge frequentie voor hoge totale bestedingen per persoon per maand of jaar. In veel centrumgebieden vormen zij daarmee een structurele economische basis onder de dagelijkse levendigheid.
- Bezoekers met de auto en per trein komen vaak van verder weg, bezoeken minder vaak, maar besteden per bezoek gemiddeld het meest. Voor centrumgebieden met een groot verzorgingsgebied zijn autobezoekers in economische zin cruciaal voor specifieke sectoren zoals mode, horeca en doelgerichte aankopen.
Het onderzoek uit 2025 geeft ook nieuwe inzichten
Dankzij de voortdurende uitbreiding van de database kan het Verplaatsings- en Bestedingsonderzoek steeds gerichter worden ingezet voor centrumgebieden. In 2023, 2024 en 2025 is het onderzoek uitgevoerd in bijna 50 centrumgebieden door heel Nederland en Vlaanderen. Deze schaal en spreiding maken het mogelijk om diepgaande analyses te maken op thema’s die voor centra écht relevant zijn. Een greep uit de belangrijkste bevindingen van dit jaar:
- Meer bezoekers betekent meer parkeerbehoefte: In centra met een regiofunctie neemt het aantal autobezoekers veelal eerder toe dan af. Dit hangt samen met verschillende trends, zoals het niet-dalende autobezit (Bron CBS), de verschuiving van koop- en bezoekoriëntatie van inwoners uit kleine en middelgrote plaatsen naar grote binnensteden (Bron: Koopstromenonderzoeken), samenhangende krimp van recreatief winkelaanbod in kleine en middelgrote centra (Bron Locatus) en de algehele bevolkingsgroei (Bron CBS). Dit geldt overigens ook voor fietsers. Als het aantal inwoners in de eigen plaats toeneemt, dan stijgt over het algemeen de behoefte aan fiets parkeren (kwantiteit), ook bij een stabilisatie van de modalsplit. Zowel voor de auto als fiets geldt ook dat de diversiteit in parkeerbehoefte stijgt (kwaliteit).
- Haalbaarheid versus wensdenken: Reisgedrag is slechts beperkt maakbaar. De gemiddelde aanvaardbare reistijd voor lopen en fietsen ligt in bijna alle centra rond de 10-12 minuten, tot een maximum van ongeveer 30 minuten. Als de reistijd langer is, is de auto veelal het enige logische alternatief. In de écht grote binnensteden is ook de trein een veelvoorkomend vervoermiddel voor langere reistijd. De bus blijft voor de meeste centra een ondergeschikte modaliteit. Gedragsverandering ten aanzien van de vervoermiddelkeuze is alleen succesvol als het alternatief voor de bezoeker feitelijke voordelen biedt in bijvoorbeeld reistijd, gemak, kosten, aanbod- en verblijfskwaliteit.
- Let op verschillende doelgroepen: Er bestaan grote verschillen in verplaatsings- en bestedingsgedrag tussen doelgroepen en motieven. Dit hangt samen met de bezoekdagen. In algemene zin trekt het weekend (zaterdag en zondag) de meeste bezoekers aan die komen voor recreatief winkelen in combinatie met horeca. Een groter aandeel bezoekers vanuit de regio, die langer verblijven en meer besteden. De auto (en trein) is dan ook dominanter zichtbaar in het weekend. Daarom zijn de weekenddagen in economische waarde belangrijker dan de doordeweekse dagen die meer bezocht worden door lokale bezoekers die frequente en doelgerichte aankopen doen.
- Reistijd/afstand meest bepalend voor bezoekmotief en vervoermiddelkeuze: Het bezoekmotief hangt slechts deels samen met de vervoermiddelkeuze. Er wordt vaak gedacht dat bezoekers de boodschappen vooral met de auto doen. Dit onderzoek toont aan dat er vooral een verband bestaat tussen herkomst/reistijd en vervoermiddelkeuze, minder tussen bezoekmotief en vervoermiddelkeuze. Dit is ook logisch. Een kleiner buurtcentrum met één buurtverzorgende supermarkt trekt vooral mensen op loop- en fietsafstand, terwijl een groter wijkcentrum met meerdere supermarkten een groter verzorgingsgebied bedient. Door de grotere reistijden neemt het aandeel auto toe. Ook de bezoekfrequentie en hoeveelheid spullen die wordt meegenomen spelen een rol. Daarom worden discounters vaker met de auto bezocht dan (buurtverzorgende) fullservice supermarkten.
- Houd rekening met een economisch afbreukrisico: Een belangrijke boodschap van het onderzoek is dat mobiliteitskeuzes vaak worden besproken in termen van ruimtebeslag, duurzaamheid en leefbaarheid, maar te weinig vanuit economisch perspectief. Beleid bevat te veel wensdenken, te weinig haalbaarheidsdenken. Zonder hiermee rekening te houden is er een grote kans op economisch afbreukrisico. Dit betekent een kans dat bezoekers niet (meer) komen en elders aankopen doen waar de bereikbaarheid wél op orde is of online winkelen. Een mogelijk gevolg kan zijn verlies van ondernemerschap, aantrekkelijkheid en daarmee toename van leegstand. Ook kunnen mobiliteitsproblemen ontstaan op andere onvoorziene plekken (waterbedeffecten). Eenheidsworst in mobiliteitsbeleid werkt daarom niet: maatwerk per centrum is essentieel.
- Durf te veranderen, dat is voor de lange termijn vaak wel nodig!: Kiezen voor minder dominantie en ruimgebruik voor de auto (infrastructuur en/of parkeren) ten gunste van meer kwaliteit in aanbod en openbare ruimte kan wel degelijk een verstandige keuze zijn. Het behouden van de status quo is meestal geen slimme oplossing. Centrumgebieden zijn nu eenmaal in verandering, net als het verplaatsings- en bestedingsgedrag. De ruimte is schaars. Uiteindelijk trekt aantrekkelijk aanbod in combinatie met groene en leefbare openbare ruimte de mensen naar het centrum. Goede bereikbaarheid is een voorwaarde, maar geen trekker op zichzelf (tenzij aanbod en openbare ruimte niet onderscheidend genoeg zijn). De economische effecten hiervan moeten dan echter wel objectief en eerlijk gecommuniceerd worden. Dit betekent in de praktijk vaak dat sommige bestaande ondernemers niet langer bestaansrecht houden, maar er mogelijk kansen ontstaan voor nieuwe ondernemers. Zo heeft een doelgericht bezochte winkelier (bijvoorbeeld een wijnhandel) belang bij een parkeerplaats voor de deur, terwijl een exploitant van een lunchroom profiteert van groen en terrasruimte voor de deur. Hoe dit samenhangt met de totale functiemix en leegstand is per centrum verschillend.
De aanbevelingen op een rij
Op basis van de verkregen data van dit onderzoek kan een aantal aanbevelingen worden gedaan voor binnensteden:
- Mobiliteits- en economische beleid en uitvoering baseren op feiten en data in plaats van aannames en wensen. Objectieve en eerlijke communicatie over economische effecten.
- Structureel monitoren van de economische effecten van beleid en uitvoering geeft inzicht in de ontwikkeling van de economische vitaliteit. Durven bij te sturen op beleid en uitvoering als ongewenste effecten ontstaan.
- Centrumgebieden benaderen als economische ecosystemen, waarin bezoekers, ondernemers, aanbod, bereikbaarheid en ruimtelijke kwaliteit onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn.
De complete rapportage van het Verplaatsings- en Bestedingsonderzoek 2025 is te downloaden via de website van Platform Binnenstadsmanagement.
Voor inhoudelijke vragen kunt u terecht bij: Robin van Lieshout.
