Veel centrumgebieden in Nederland hebben het nog steeds lastig. Ze staan onder druk door toenemende online bestedingen, ervaren meer concurrentie van andere centra of kampen nog altijd met coronaschulden. Dit uit zich doorgaans in minder bezoekers en toename van leegstand. Toch gaat er ook veel goed.
Opnieuw nadenken over de functie van centrumgebieden
Veel binnensteden zien bezoekersaantallen stijgen en bestedingen nemen toe. Gemeenten, ondernemers, vastgoedpartijen en centrummanagers doen samen veel moeite om de problemen aan te pakken en centra aantrekkelijk en toekomstbestendig te maken. Veelal gesteund met financiële bijdragen van hogere overheden proberen partijen om de leegstand te bestrijden en meer bezoekers naar het centrum te trekken. Noodzakelijk, maar ook symptoombestrijding. De functie van centra verandert. De dominantie van de winkelfunctie neemt af ten gunste van een bredere functiemix, ontmoeten en verblijven. De moderne agora, zoals Arno Ruigrok dit noemt. Wat is de nieuwe functie van het centrum? En wat is het nieuwe perspectief? Welke functiemix hoort daarbij? Hoe zorgen we ervoor dat de juiste voorzieningen in het centrum terecht komen? En hoe moeten we die voorzieningen dan ruimtelijk positioneren om te zorgen voor een goede passantenstroom? Een brancheringsplan geeft antwoord op al deze vragen en meer. Uitgangspunt is aanpak van het onderliggende probleem. Een data gedreven brancheringsplan van Movares biedt uitkomst!
Wat is de ideale functiemix?
Het centrumgebied is van oudsher dé centrale plek in de gemeente. Sinds jaar en dag wordt er handel bedreven en vinden allerlei vormen van ontmoeting plaats. Lange tijd lag de nadruk op handel en was minder aandacht voor ontmoeting. Daarin zien we de laatste jaren weer een kentering. Deels noodgedwongen, omdat winkels onder druk staan. Maar ook omdat de consumentenbehoefte nu eenmaal veranderd is. Ontmoeten, verblijven, beleven, maar ook gemak en efficiëntie zijn weer belangrijk geworden. Dit biedt kansen voor centra, maar vraagt wel om een nieuwe kijk op de functie van het centrum.
Hiervoor moeten we terug naar de basis, vanuit perspectief als vertrekpunt naar het juiste programma als eindstation. Dus wat is het perspectief voor het centrum? Welke functie heeft het centrum? En welke functie kan het centrum in de toekomst vervullen? Wie zijn de doelgroepen voor het centrum, nu én in de toekomst? Als we dit duidelijk in beeld hebben, kunnen we ook goede uitspraken doen over de toekomstige branchering van het centrum. Niet alleen over winkels, maar ook over horeca, diensten, leisure, cultuur, werk, zorg en maatschappelijke voorzieningen. Het is de combinatie van functies die het centrum aantrekkelijk maakt, bezoekers naar het centrum trekt en het centrum toekomstbestendig maakt. Op basis van de bij Movares beschikbare landelijk dekkende data hebben wij een digitale toepassing ontwikkeld om voor elk centrumgebied in Nederland inzicht te krijgen in de meest ideale toekomstbestendige functiemix. We houden rekening met aspecten zoals benchmarkgegevens, trends, ontwikkelingen, koopstromen, bestedingen en demografie.

Het centrum als flipperkast: het belang van goede ruimtelijk-functionele samenhang
Het draait echter niet alleen om de juiste functiemix. Een goede ruimtelijke structuur en samenhang zijn minstens zo belangrijk. Zie het centrumgebied als een grote flipperkast. Doel van een flipperkast is de bal zo lang mogelijk in de kast houden en zoveel mogelijk punten scoren. Je scoort punten door de bal te laten kaatsen tegen de bumpers. Zo werkt het ook in centrumgebieden. Het doel is om bezoekers zo lang mogelijk te laten verblijven in het centrum. Dan worden meer voorzieningen bezocht en wordt meer besteed. Een langer verblijf betekent vaak meer bestedingen én meer combinatiebezoeken. Ondernemers profiteren meer van elkaars aantrekkingskracht en dat vergroot het economisch functioneren. Door te kiezen voor een samenhangende ruimtelijk-functionele structuur van voorzieningen kan een bezoek optimaal worden benut. En wordt de bezoeker van de toekomst voorzien in de behoefte. Dit is dus goed voor iedereen: bezoekers, ondernemers en vastgoedeigenaren.
Dit ‘flipperkast-principe’ wordt toegepast in overdekte winkelgebieden met één vastgoedeigenaar, maar biedt ook kansen in centrumgebieden met meerdere eigenaren. Een brancheringsplan draagt bij aan het visualiseren en motiveren van het gezamenlijk belang en gezamenlijk streefbeeld. Zitten ondernemers wel op de juiste plek in het centrum? Wie zijn elkaars beste buren? Waar positioneer je trekkers strategisch? Dit zijn vragen die een brancheringsplan moet beantwoorden. Dit begint bij inzicht in de mogelijke structuren die veel voorkomen in Nederland en het buitenland. Vervolgens gaat het er om wat anno 2026 en de komende jaren effectief is en wat toepasbaar is. Uiteraard kan ook een combinatie van meerdere ‘modellen’ uitkomst bieden. Idealiter wordt het beste van de bestaande situatie met effectieve elementen uit ‘andere’ modellen gecombineerd. Denk aan een halter-model in combinatie met thematische clustering. Met de digitale tool van Movares kunnen we op basis van data en inzicht concreet aangegeven hoe de schuifpuzzel er idealiter uit zou moeten zien voor een optimaal functionerend centrumgebied.

Slim brancheren, een nieuwe kijk op uw centrum
Gemeenten, ondernemers en vastgoedpartijen doen er samen veel aan om onze centra aantrekkelijk en toekomstbestendig te maken. Dat is hard nodig en moet vooral zo doorgaan. Daarbij is het ook belangrijk om vanuit de onderliggende oorzaak te denken. Namelijk dat de functie van centrumgebieden blijvend veranderd is. Dit vraagt om een nieuwe kijk op de functiemix in centra en hoe we voorzieningen in centra op de juiste manier positioneren. Slim brancheren noemen we dit!
Heeft u ook behoefte aan een slim brancheringsplan voor uw centrum? Movares helpt u hier graag bij en inspireert u graag vrijblijvend met onze ideeën. Neem gerust contact op met Frank Simons of Robin van Lieshout voor meer informatie.

