Duurzaam aanbesteden is in Nederland geen niche meer. Dagelijks werken we aan nieuwe infrastructuur, renoveren we kunstwerken en passen we kruispunten aan. De ambitie om dit zo duurzaam mogelijk te doen is breed gedragen. Inkoop wordt daarbij vaak gezien als hét sturingsinstrument. En terecht: geld is een krachtige prikkel.

De MilieuKostenIndicator (MKI) speelt daarin een centrale rol. De methodiek is sectorbreed geaccepteerd, maakt duurzame keuzes vergelijkbaar en wordt steeds vaker toegepast in aanbestedingen. Er ligt zelfs een duidelijke beleidsintentie om MKI vanaf 2027 verplicht te stellen voor veel infrastructurele projecten. 

Toch is het tijd om een ongemakkelijke waarheid te benoemen: MKI in het contract maakt nog niet dat een project ook écht duurzaam is.. 

MKI is een middel, geen garantie 

In de praktijk zien we veel opdrachtgevers worstelen met duurzaam aanbesteden. MKI wordt regelmatig ervaren als ingewikkeld, risicovol of kostbaar. Tegelijkertijd wordt de methodiek vaak ingezet als standaardoplossing, ongeacht het type project. “Zet MKI in de gunning” is een veelgehoorde reflex. 

Dat werkt – maar vooral bij standaardprojecten, met een vast ontwerp en vooraf bekende hoeveelheden. Bij complexere opgaven, waar nog ontwerpvrijheid bestaat en duurzame keuzes juist het verschil kunnen maken, schiet een puur MKI-gedreven aanbesteding vaak tekort. De focus verschuift naar het optimaliseren van een score, in plaats van naar het realiseren van maximale duurzame impact. 

Het gevolg daarvan? Kansen blijven liggen. Duurzaamheid wordt gereduceerd tot een rekensom, terwijl het in essentie gaat om keuzes: over ontwerp, materialen, uitvoeringsmethoden en samenwerking. 

Maak MKI simpel en toepasbaar 

Er bestaan inmiddels talloze varianten van MKI-instrumenten: eisen, plafondwaarden en gunningscriteria. Voor veel opdrachtgevers is het overzicht zoek. Zelfs als MKI juridisch goed wordt uitgevraagd, blijft de vraag: hoe borg je dat MKI effectief is uitgevraagd en het ook echt wordt waargemaakt? Zeker als MKI-kennis intern beperkt is. 

Dat het anders kan, weten we uit ervaring. De sleutel is eenvoud: 

  • formuleer duidelijke, realistische duurzaamheidsdoelen; 
  • schrijf concrete maatregelen of materiaalvoorschriften voor (bijv. biobased of hergebruikte materialen); 
  • stel een heldere maximale MKI‑waarde; 
  • werk met bewezen circulaire oplossingen. 

Op deze manier hoeft de markt niet meer te bedenken of iets duurzamer kan, maar kan het zich richten op een goede uitwerking binnen heldere kaders. 

Dat hoeft niet duurder te zijn: zeker bij bulkmaterialen zoals beton, asfalt, staal en grondverzet – waar veel data en innovatie beschikbaar zijn – blijkt structureel inkopen met MKI vaak kostenefficiënt.  

Voorbeeld: Groot Onderhoud A326 

Provincie Gelderland vroeg de markt om het optimale asfaltmengsel met de laagste MKI-waarde én de langste levensduur. Door durf te tonen, zoals het loslaten van standaard levensduur in MKI-rekenregels, werd 63% CO₂ en 55% MKI-reductie bereikt, zonder extra kosten. Ook werd 70% hergebruik in asfalt gehaald. 

Duurzaamheid begint vóór de aanbesteding 

Wie pas bij het opstellen van de aanbesteding nadenkt over MKI, is eigenlijk al te laat. Op dat moment zijn veel keuzes al gemaakt: het ontwerp ligt vast, hergebruik is lastig te toetsen en afwijkingen van de standaard worden risico’s in plaats van kansen. Herontwerp en faalkosten liggen op de loer. Door duurzaamheid vroeg in het projectproces mee te nemen, ontstaat ruimte voor alternatieven, betere risicoafwegingen en onderbouwde keuzes die échte duurzame impact opleveren – vaak tegen lagere kosten. 

Dat deze aanpak werkt, blijkt uit projecten zoals PHS Amsterdam van ProRail. Vanaf de start werd duurzaamheid geïntegreerd in het ontwerpproces: 

  • werd 20% CO₂ bespaard door een andere spoorindeling; 
  • zijn duizenden materialen hergebruikt; 
  • wordt emissieloos materieel ingezet. 

Het resultaat: schonere lucht, minder hinder en een toekomstbestendige oplossing midden in de stad.

Samen ontwerpen voor maximale impact 

De grootste duurzame winst ontstaat in de fase waarin nog keuzes mogelijk zijn. Wanneer aannemers al vroeg worden betrokken – bijvoorbeeld via bouwteam- of tweefasencontracten – kan hun kennis over materialen, materieel en uitvoeringsmethoden precies op het moment worden ingezet waarop deze de meeste impact heeft. In deze samenwerkingsvormen kan optimaal worden gezocht naar de juiste combinatie van materialen, het meest passende materieel en de beste uitvoeringsmethode. Zo kun je emissies verlagen via minder transport, efficiënter materieel of alternatieve bouwmethoden. 

Een treffend voorbeeld is Groot Onderhoud A348 & Middachterbrug, waar provincie Gelderland bewust koos voor een bouwteam. Die samenwerking maakte het mogelijk om duurzame asfaltmengsels, biobased markeringen en circulaire oplossingen toe te passen. Het resultaat: 50% CO₂-reductie en 52% MKI-besparing ten opzichte van traditionele uitvoering. 

De vraag die we onszelf moeten stellen 

De vraag is niet óf we MKI moeten inzetten. De vraag is:  wanneer, hoe en in welke vorm.  

Wie duurzaamheid concreet maakt, vroeg in het proces meeneemt én samenwerkt met de markt, haalt aantoonbaar meer duurzame impact uit projecten. MKI is een krachtig middel, maar alleen  als we het slim inzetten, wordt het ook een instrument dat bijdraagt aan een écht duurzaam Nederland. 

Wil je weten hoe MKI in jouw project het meeste oplevert?

Onze experts helpen opdrachtgevers dagelijks met praktische, haalbare en juridisch houdbare MKI-strategieën. Of het nu gaat om contractvorming, aanbesteding of ontwerp: we denken graag met je mee. Neem contact op met een van onze adviseurs. 

Contactformulier

Stel via onderstaand formulier uw vraag en wij nemen zo snel mogelijk contact met u op.

Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.
Naam